 |
In 1934 heerste er een
algemeen werktekort. Daarom werden vrouwen sommige functies
ontzegd, onder meer die van ambtenaar.
100 jaar vrouwenstrijd,
maar anno 2005 heeft de vrouw nog steeds een zwakkere
positie op de arbeidsmarkt. Zij werkt meer deeltijds en
onderbreekt vaker haar carrière: dit alles omwille
van het gezin. De meeste mannen kiezen in de eerste plaats
voor hun carrière, daarna volgt veelal pas het
gezin.
Deze prioriteiten verklaren dan ook volgende percentages.
40% van de vrouwen werkt deeltijds en 86% kiest voor ouderschapsverlof,
dit tegenover 4 en 14% bij de mannen. Gevolg is dat de
zorgtijd bij vrouwen veel hoger ligt: de tijd die zij
besteedt aan het huishouden bedraagt gemiddeld 25 uur
per week. Mannen komen aan een gemiddelde van 13 uur.
Bovendien slaat de werkloosheid harder en langduriger
toe in het nadeel van de vrouw: een percentage van 11%
vrouwen staat tegenover 7% mannen. En maar liefst 62%
van de langdurig werklozen is een vrouw! |
|
|
|
|
|